Op uiteindelijke verschuldigde bedragen aan belasting mogen binnenlandse belastingplichtigen heffingskortingen in mindering brengen. De totale heffingskorting kan uit meerdere onderdelen bestaan. Het aantal heffingskortingen is afhankelijk van de persoonlijke situatie. Het toepassen van heffingskorting kan nooit leiden tot een teruggave. Hiermee wordt bedoeld dat de belastingplichtige nooit meer heffingskorting kan krijgen dan dat de belastingplichtige verschuldigd is aan inkomensheffing.

Hierop berust één uitzondering namelijk wanneer een fiscaal partner (langer dan 6 maanden) geen of weinig inkomen heeft en dus geen heffingskorting kan krijgen, omdat hij/zij weinig tot geen inkomensheffing is verschuldigd. Er kan dan als nog de volledige heffingskorting gekregen worden, als de fiscaal partner meer dan voldoende belasting is verschuldigd om beide heffingskortingen te gebruiken.

De heffingskorting die via de fiscaal partner geint kunnen worden zijn alleen de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de inkomensafhankelijke combinatiekorting, de ouderschapsverlofkorting en levensloopverlofkorting.

Zoals eerder beschreven bestaat de heffingskorting (standaardheffingskorting) uit meerdere onderdelen:

– de algemene heffingskorting;
– de arbeidskorting;
– de doorwerkbonus;
– de inkomensafhankelijke combinatiekorting;
– de ouderschapsverlofkorting;
– de alleenstaande-ouderkorting;
– de aanvullende alleenstaande-ouderkorting;
– de jonggehandicaptenkorting;
– de ouderenkorting;
– de alleenstaande-ouderenkorting;
– de levensloopverlofkorting;
– de korting maatschappelijke beleggingen;
– de korting voor directe beleggingen in durfkapitaal;
– de culturele beleggingen.